Menu

Ontslaan op staande voet? Hoe zit het ook alweer

Een ontslag op staande voet is op grond van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) alleen geldig als daarvoor een dringende reden bestaat en als de arbeidsovereenkomst onverwijld wordt opgezegd, onder onverwijlde mededeling van de dringende reden daarvoor aan de werknemer (artikel 7:677 lid 1 BW).

oor het antwoord op de vraag of het ontslag onverwijld is gegeven, is beslissend het tijdstip waarop de aangevoerde dringende reden ter kennis is gekomen van degene die bij de werkgever tot ontslagverlening bevoegd is. Als na dit tijdstip nog wordt gewacht of geaarzeld met het geven van ontslag is dat in het algemeen onverenigbaar met de voor het ontslag op staande voet vereiste dringendheid van de aangevoerde reden (zie de uitspraken van de Hoge Raad van 18 mei 1984, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL: HR:1984:AG4814 en in NJ 1984/720 (Vroom en Dreesmann) en van 27 april 2001, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2001:AB1347 en in JAR 2001/95 (Wennekes Lederwaren)).

Dat de dringende reden onverwijld moet worden meegedeeld aan de werknemer betekent dat dit niet gelijktijdig met het ontslag hoeft plaats te vinden, maar wel dat alleen een zeer korte tijdspanne tussen de opzegging en de mededeling is toegestaan ((Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 115). Belangrijk is, om te vermelden dat de beoordeling of de tijdspanne “zeer kort” is, afhangt van alle feiten en omstandigheden van het geval. Zo wordt soms de grens getrokken bij twee dagen en soms bij vijf dagen. Soms maakt het niet uit dat de beoogde werknemer niet gelijk gesproken kon worden en soms wel. Het veiligste uitgangspunt is : deel direct mee.

Indien de werkgever ongeoorloofde werkweigering of afwezigheid als dringende reden voor een ontslag op staande voet aanvoert en de werknemer zich daartegen verweert met een beroep op arbeidsongeschiktheid, moet de werkgever bewijzen dat de werknemer arbeidsgeschikt was (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 3 oktober 1997, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2013:6650 en in NJ 1998/83 (Hardeman/Motel E3)). 

Als een op staande voet ontslagen werknemer de dringende reden voor een ontslag op staande voet betwist, moet de werkgever stellen en zo nodig bewijzen dat de dringende reden op het moment van het ontslag op staande voet aanwezig was (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 18 januari 2019, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR: 2019:55 (Stichting Mondriaan)). 

Geplaatst in Arbeidsrecht