Menu

Wel of niet arbeidsovereenkomst?

In haar uitspraak van 25 november 2020 beantwoord de kantonrechter de vraag die partijen hadden, of bepaalde werkzaamheden vielen onder een arbeidsovereenkomst die partijen gesloten hadden.

Tussen partijen stond vast dat de werkzaamheden die uitgevoerd werden als barkeeper verricht werden in het kader van de gesloten arbeidsovereenkomst. Naast deze werkzaamheden, werden er echter ook nog andere werkzaamheden verricht. De barkeeper stelde dat ook de andere werkzaamheden vielen onder het contract, de werkgever vond van niet.

De kantonrechter stelt vast dat in artikel 7:610a BW is bepaald dat hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.

Naar het oordeel van de kantonrechter is voornoemd rechtsvermoeden ten aanzien van de aanvullende werkzaamheden die de barkeeper verrichtte voor werkgever voldoende weerlegd. Het gaat hier om werkzaamheden met een ander karakter dan de werkzaamheden als barman, die de barkeeper onder gezag van de werkgever uitvoerde.

Ten aanzien van de aanvullende werkzaamheden heeft de barkeeper toegelicht dat hij zelf de keuze heeft gemaakt deze op factuurbasis te verrichten. Daarbij staat vast dat hij de vrijheid had zijn eigen uurtarief te bepalen. Dat de barkeeper deze werkzaamheden uitvoerde onder het gezag- of op instructie van de werkgever, is niet gebleken. De barkeeper organiseerde deze werkzaamheden zelfstandig en het stond de barkeeper vrij zich door een ander te laten vervangen. Het feit dat de barkeeper tijd vrijhield voor de bingo- en karaokeavonden van de werkgever, kan niet de conclusie dragen dat van een gezagsverhouding sprake is. Ook een opdrachtnemer moet immers zijn werkzaamheden inplannen.

Op grond van de afspraken tussen partijen en de manier waarop zij daaraan uitvoering hebben gegeven moet de overeenkomst die tussen partijen bestaat – ten aanzien van de aanvullende werkzaamheden – dan ook worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht en niet als een arbeidsovereenkomst (HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746). Dat de barkeeper incidenteel zijn bardiensten ook op factuurbasis betaald heeft gekregen, doet hier niet aan af.

Geplaatst in Arbeidsrecht