Menu

Nader te noemen meester? Of contractovername?

De rechtsfiguren van artikel 3:67 BW (handelen voor een ‘nader te noemen meester’) en artikel 6:159 BW (contractsoverneming) kunnen in het kort als volgt worden omschreven.

Artikel 3:67 BW “Nader te noemen Meester”

Wie handelt voor een nader te noemen meester behoudt zich de bevoegdheid voor nader te bepalen wie contractspartij zal zijn. Bij het aangaan van de overeenkomst is dan aanvankelijk dus nog niet bepaald wie partij zal zijn. Indien de handelende persoon tijdig de naam noemt van de volmachtgever (de meester), dan is deze volmachtgever partij bij de overeenkomst. De handelende persoon is dan nooit partij geweest. Wijst de handelende partij geen meester aan, of doet hij dit althans niet tijdig, dan is hij in beginsel zelf partij, zo volgt uit artikel 3:67 lid 2 BW. Men kan hier spreken van een vorm van voorwaardelijke vertegenwoordiging.

Art. 3:67 stelt, naast het tijdig noemen van de naam van de volmachtgever, geen bijkomende eisen voor de totstandkoming van de overeenkomst tussen de volmachtgever en de wederpartij. Ook in de literatuur wordt algemeen aangenomen dat de volmachtgever, zodra zijn naam wordt bekendgemaakt, contractspartij wordt. Ingeval de volmacht reeds was verleend wordt wel verdedigd dat de volmachtgever met terugwerkende kracht tot aan het moment van totstandkoming van de overeenkomst, contractspartij wordt.

Het noemen van zijn volmachtgever in de zin van art. 3:67 BW is het verrichten van een rechtshandeling en meer in het bijzonder het afleggen van een eenzijdige gerichte verklaring in de zin van art. 3:37 BW. De uitleg van een dergelijke rechtshandeling geschiedt aan de hand van de art. 3:33 en -35 BW. aarom is het feitelijke noemen van een bepaalde partij als zijn achterman, niet zonder meer beslissend voor de vraag of de tussenpersoon aldus zijn meester heeft genoemd in de zin van art. 3:67 BW. Niet alleen die verklaring is van belang, maar ook de vraag hoe de wederpartij deze heeft opgevat en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht opvatten. Ook achteraf gebleken of voorgevallen omstandigheden kunnen in dat verband van belang zijn.

Artikel 6:159 BW Contractsoverneming

Bij contractsoverneming is er sprake van een situatie waarbij een persoon, die aanvankelijk partij is bij een overeenkomst, deze rechtsverhouding met de wederpartij overdraagt aan een derde, waardoor vanaf het moment van de overdracht in beginsel alle rechten en verplichtingen overgaan op die derde. De overdracht vindt plaats bij een tussen de overdragende partij en die derde opgemaakte akte. Voor de overdracht aan een derde is de medewerking van de wederpartij vereist. De wederpartij kan bij voorbaat toestemming verlenen voor een contractsovername. Die overname vindt dan plaats zodra de overdragende partij tot overeenstemming is gekomen met de derde en beiden de wederpartij schriftelijk van de overname in kennis hebben gesteld. De wederpartij kan de bij voorbaat gegeven toestemming niet herroepen, tenzij hij zich de bevoegdheid daartoe bij het verlenen van de toestemming heeft voorbehouden. Dit alles volgt uit de artikelen 6:159 lid 3 en 6:156 BW.

Als de partij die een zodanig beding heeft gemaakt, van zijn daarin besloten bevoegdheid gebruik maakt, is zijn wederpartij contractueel gebonden aan de aangewezen partij, tenzij die aanwijzing plaatsvindt in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW).

Hoe leggen we een mogelijke bepaling hierover uit?

Bij de beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen over wie contractspartij zou zijn en over de mogelijkheden om een derde als partij aan te wijzen dan wel de overeenkomst aan een derde over te dragen, komt het vaak aan op een uitleg van de overeenkomst aan de hand van de zogenaamde Haviltexmaatstaf. Deze maatstaf komt er kort gezegd op neer dat de vraag hoe de verhouding van partijen in een contract is geregeld niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract, maar dat het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op wat zij daarbij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Geplaatst in Contractenrecht