Menu

Waarom je een intrekking moet uitleggen

Deze week viel mijn oog op de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 maart 2022.

Waar het in die zaak om ging was het feit dat de partij die een kort geding procedure was gestart deze twee uur voor de inhoudelijke behandeling had ingetrokken. Ondanks die intrekking werd de eisende partij alsnog veroordeeld in de proceskosten. Ik stelde mij de vraag of de eisende partij dat voorzien had, of had deze gedacht dat de zaak hiermee klaar was. Het komt namelijk vaak voor dat – als partijen voor de kort geding zitting er alsnog uitkomen – men er vanuit gaat dat die intrekking zonder gevolgen blijft.

In artikel 9.1. van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, kanton (hierna: het procesreglement) is, in navolging van het arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1087), voorzien in de mogelijkheid om na intrekking van een procedure in kort geding te beslissen op een verzoek van de (meestal) gedaagde partij om de eisende partij alsnog te veroordelen in de proceskosten. In het procesreglement is het volgende bepaald:

9.1 Intrekking procedure

De eisende partij kan de procedure intrekken tot het moment dat de zaak is uitgeroepen. Indien de gedaagde partij na intrekking van de procedure tijdig aan de eisende partij en de kantonrechter meedeelt dat hij een beslissing over de proceskosten wenst, komt de aanhangigheid van de procedure niet te vervallen en beslist de kantonrechter over de proceskosten. In dat geval is ook griffierecht verschuldigd door de eisende partij. De gedaagde partij dient deze mededeling te doen binnen veertien dagen na de datum waartegen hij was opgeroepen.

9.2 Wijze van intrekking

De intrekking wordt gedaan door een schriftelijk bericht aan de kantonrechter. Indien het doen van een schriftelijk bericht met het oog op de spoedeisendheid niet mogelijk is, wordt de intrekking mondeling gedaan, onder zo spoedig mogelijke schriftelijke bevestiging daarvan. Indien de eisende partij de gedaagde partij en eventuele overige partijen reeds op de hoogte heeft gesteld van de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling, deelt zij de intrekking gelijktijdig aan deze partijen mee.”

In dit geval gebeurde er twee dingen. Ten eerste verzocht de gedaagde partij alsnog om de eisende partij in de proceskosten te veroordelen en ten tweede bleek dat de eisende partij de zaak had ingetrokken zonder toelichting. De rechtbank oordeelde hierover dat die intrekking op één lijn moest worden gesteld met de in het ongelijk gestelde partij als bedoeld in artikel 237 Rv. zodat de eisende partij daarom in de proceskosten werd veroordeeld.

Voor mij was het een goede reminder om, als ik namens cliënten over zou gaan tot een intrekking van een kort geding procedure, hetgeen moet gebeuren met de proceskosten vooraf te regelen met de wederpartij of tenminste een uitgebreide en gemotiveerde intrekking aan de rechtbank te sturen.

Geplaatst in Procesrecht