Menu

Peentjes zweten

Deze week viel mijn oog op een mooi voorbeeld van rechtspraak over de verplichting van een bewaarnemer van bederfelijke goederen, namelijk geteelde peen.

De eisende partij exploiteert een landbouwbedrijf. Hij teelt, onder andere, peen van specifieke rassen. De wederpartij exploiteert een bedrijf voor de koeling en (gekoelde) bewaring van landbouwproducten. In 2011 en 2017 sloten partijen voor het eerst een overeenkomst tot opslag en bewaring van de geteelde peen in de koelcellen van de andere partij. 

De overeenkomst die partijen in 2017 hebben gesloten is een overeenkomst van bewaarneming (artikel 7:600 BW). Dat is niet in geschil. Een dergelijke overeenkomst brengt voor de bewaarnemer ( [geïntimeerde] ) de verplichting mee om de in bewaring gegeven zaak (de peen) terug te geven aan de bewaargever ( [appellant] ). Dat moet hij doen ‘in de staat waarin hij haar heeft ontvangen’ (artikel 7:605 lid 4 BW). Bij de bewaring moet de bewaarnemer ‘de zorg van een goed bewaarder in acht nemen’ (artikel 7:602 BW).4.5

De genoemde wetsbepalingen zijn opgenomen in titel 9 van Boek 7 BW. Die titel is van regelend recht. In hun overeenkomst van 25 september 2017 hebben partijen geen van de wet afwijkende regeling opgenomen. Dat betekent dat de rechtsgevolgen van hun overeenkomst allereerst bepaald worden door die wettelijke regeling. Artikel 6:248 lid 1 BW bepaalt echter daarnaast dat dat de gesloten overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen heeft, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de gewoonte of de eisen van de redelijkheid en billijkheid voortvloeien.4.6

Het bijzondere van de bewaarnemingsovereenkomst in kwestie is dat deze betrekking heeft op bederfelijke waar. Partijen zijn het er namelijk over eens dat peen tijdens de bewaring altijd wel (enigszins) in kwaliteit achteruit gaat. Tegen die achtergrond bezien kan de overeenkomst tussen partijen niet anders worden verstaan dan in deze zin dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat [geïntimeerde] niet (zoals de wet bepaalt) gehouden was de peen terug te geven in (exact) dezelfde staat als waarin hij deze had ontvangen, maar in een staat die beantwoordt aan de bewaring door een goed bewaarnemer. Alleen het teruggeven in die staat zou contractconform zijn.

Door de teler werd echter gesteld dat de peen die hij terug kreeg niet voldeed aan wat hij hiervan mocht verwachten. Het is aan de teler in de procedure te stellen en zo nodig te bewijzen dat de peen niet is teruggegeven in een contractconforme staat. Indien en zodra vaststaat dat de bewaarnemer de peen niet in die staat heeft teruggegeven, staat daarmee ook vast dat de bewaarnemer is tekort geschoten in de nakoming van zijn, uit de bewaarnemingsovereenkomst voortvloeiende, verbintenis tot teruggave in de juiste staat. Dat maakt hem schadeplichtig tenzij de tekortkoming niet aan hem kan worden toegerekend (artikelen 6:74 en 6:75 BW). Van die uitzondering zal sprake zijn indien de bewaarnemer de zorg van een goed bewaarder in acht heeft genomen. Dat hij dat gedaan heeft dient de bewaarnemer te stellen en zo nodig te bewijzen.